Dagboek van een troubadour #1

In een wereld met vele gezichten herkennen wij onszelf in een ieder.

Dat is de reden dat wij lachen wanneer men moet lachen of huilen bij zien van verdriet zelfs al kennen we de ander nauwelijks. Ogen weerspiegelen een ziel en misschien is het daarom dat we graag in iemands ogen kijken. Op zoek naar iets dat nog niet ontdekt is of misschien juist het vinden van herkenning, het soort bevestiging dat je gerust maakt of zorgt dat je niet alleen bent. Wanneer we over straat lopen, in een bar staan of uit het raam kijken, zien we mensen die allen een verhaal hebben die alleen zij zullen beleven op een manier zoals geen ander dat zal kunnen. En hoewel de verhalen kunnen bestaan uit eenzaamheid of tegenslag maakt het ons uniek. We dragen tragiek als littekens en voor iedereen heeft die tragiek een gradatie. Een leven is immers nooit eenzelfde en dat vormt relativisme ofwel, ‘’als ik naar de ander kijk, valt mijn pijn wel mee’’. Een voorbeeld waarom wij ons optrekken aan elkaar of juist naar beneden halen omdat we de ander mee willen laten delen in het gevoel wanneer het voor ons alleen te zwaar wordt.

In een wereld met vele gezichten herkennen wij onszelf.

De rusteloosheid en zoektocht als de bubbel van zekerheid verdwijnt. Het vizier dat het zicht vertroebelt op iets wat zo lang duidelijk leek te zijn en we vervolgens weg willen rennen, zonder om te kijken wat we achterlaten, gewoon weg te rennen zonder na te denken, zonder het rationele te laten overheersen over het emotionele, maar gewoon weg te rennen, gewoon weg. We zien paniek in ogen en omdat we paniek herkennen worden we bang en springen we uit de weg of zijn we juist geliefden die de vleugels om hen heenslaan en waken dat het rennen slechts joggen wordt en joggen weer lopen.

In een wereld met vele gezichten;

Is de onzekerheid af te lezen van de gekweekte dikke huid die schreeuwt dat het ons niets doet wat zij zeggen of vinden zolang wij zelf maar geloven wat wij zeggen en vinden terwijl het ons eigenlijk raakt wat zij zeggen of vinden tot we ons gaan gedragen naar wat zij zeggen of vinden. Dus volgen wij hen waarvan zij zeggen of vinden dat ze ons mooi maken tot zij zeggen of vinden, dat dit voortaan is wie wij zijn omdat zij zeggen of vinden, dat dit is hoe het hoort. Maar we laten ze lachen. We laten ze wijzen en afkeuren opdat wij weten dat het ons zal leiden tot bevrijding, tot dat wat ons zichtbaar maakt, tot het moment dat wat zij zeiden of vonden verandert naar wat wij zeggen en vinden. Opdat wij geloven dat men eerst zal lachen, voordat het zal vechten en uiteindelijk zal leiden tot winst omdat een verandering nu eenmaal de natuurlijke weerstand is van stabiliteit.

In een wereld;

Waar we puur- en oprechtheid alleen nog terug lijken te vinden in de ogen van het kind, dat hoe afhankelijk het ook mag zijn, het geen onderscheid maakt tussen dat wat het ziet maar dat wat het voelt. Waar kleurenblindheid niet bestempeld is als handicap en hun Maker geen andere naam kent dan mama of papa. Waar het besef heerst dat wanneer het valt de kleur van het bloed dezelfde is als de kleur van ieder ander en de waarheid niet dé waarheid is, maar waar de kwast nog gedoopt wordt in de vele kleuren waarin het leven hen laat schilderen.

In een wereld met vele gezichten herkennen wij onszelf in een ieder.

Tenminste, dat deden we.

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *