Mijn buurman was een nazi

Het plastic op de stoel kraakt ieder keer wanneer Philip van positie verandert. Zonnestralen schijnen de kamer in en maken de zwevende stofdeeltjes zichtbaar – sinds het overlijden van zijn vrouw is er niets veranderd aan de inrichting. Op de vensterbank naast hem staat een oude radio die het sinds zijn tijd in het verzet niet meer doet, maar als hij met gesloten ogen achterover zit hoort hij nog altijd de krakende stem van de omroeper zeggen dat de vrijheid nabij is. Tot op de dag van vandaag wordt hij dan bedwelmd door een warm gevoel, tintelingen schieten door zijn lijf en zijn mondhoek krult zich tot een glimlach. Geluksmomenten zijn voor hem op een hand te tellen en dit was naast de geboorte van zijn kinderen ongetwijfeld de mooiste.

Tegen de muur staat een boekenkast waar de boeken op alfabetische volgorde staan met in de hoek een wereldbol. Het is met de jaren gaan kleuren zoals zijn leven dat is gaan doen bij hem. Zijn dochter heeft hem vaker dan eens aangeboden om een nieuwe voor hem te kopen, maar hij heeft het al sinds zijn geboorte – gekregen van zijn vader voor zijn eerste verjaardag – en in de voet staat ‘bescherm met je leven’ gekerfd. En een leven kan je niet opnieuw kopen.

Aan de muur hangen foto’s van zijn tijd in het verzet. Lachende mannen in zwart-wit houden de Nederlandse vlag omhoog en omhelzen elkaar. De helmen staan half op hun hoofden en in hun mond hebben ze allen een sigaar. Hij staat met een been op een stenen hakenkruis dat door een bombardement symbolisch van het standbeeld is afgebrokkeld. In de hoek van de foto staan de namen van de mannen die zijn beste vrienden zijn geworden. Afgelopen jaar is de laatste overleden en is hij alleen overgebleven. Nog altijd drinkt hij een glas jenever op Bevrijdingsdag; een traditie die zij sinds die tijd hebben aangehouden.

Sinds zijn intrek in het bejaardentehuis is hij goede vrienden geworden met zijn buurman Klaus. In de tijd van de oorlog was Klaus een hospik in het Duitse leger. Zoals bij zovelen overkwam de oorlog hem en had hij zijn leven als jonge jongen uit Hamburg heel anders voorgesteld. Tijdens zijn medische opleiding in Berlijn was hij van plan om te vertrekken naar Amerika om carrière te maken  als arts en te trouwen met een Amerikaanse zoals hij die zag op pamfletten die zijn familie meebracht als zij langskwam. Die droom is gestorven tijdens de oorlog zoals vele dromen van jonge mannen in die tijd. Tegen het einde van de oorlog zijn de ouders van Klaus gefusilleerd door de nazi’s wegens verraad en is hij sindsdien verantwoordelijk geweest voor zijn twee jonge zusjes en broertje. Klaus’ leven heeft wendingen gekend zoals Philip’s leven dat ook kent en is het misschien daarom dat zij vrienden zijn geworden; ze begrijpen elkaar. Ze delen verhalen en praten over hun leven voordat de hel uitbrak. Ooit hebben zij in het leven lijnrecht tegenover elkaar gestaan zonder enig besef over elkaars achtergrond, over hun mens zijn. Maar die tijd is voorbij.

Iedere vrijdagavond komt de dochter van Philip langs met zijn kleinkinderen en vragen ze hem eens in de zoveel tijd om een verhaal te vertellen over het verzet. Met grote ogen kijken ze naar hoe hij geweren uitbeeldt en luisteren zij naar zijn verhalen over de bombardementen, overvallen op nazi voertuigen en de overwinning.

‘’Maar opa, hoe kunt u ooit vrienden zijn geworden met de buurman, dat is dan toch eigenlijk de vijand?’’, vraagt de oudste.

‘’Luister…’’, hij legt een hand op het hoofd van de jongen, ‘’ik zal een verhaal vertellen die mijn vader ooit aan mij vertelde toen ik ongeveer even oud was als jullie. Hij zei, in ieder mens zitten twee wolven. De eerste wolf is een slechte wolf; het is altijd boos, doet iedereen pijn die op zijn pad komt, ook als het geen reden heeft en is verblind door zijn eigen haat. De tweede wolf is een goede wolf; het doet niemand kwaad zonder intentie, leeft in harmonie met zijn omgeving en zorgt voor hen die belangrijk zijn voor hem. En soms vechten die wolven met elkaar.’’

‘’Welke wolf wint er?’’, vraagt de jongste met open mond.

‘’Degene die we voeden’’.

Geinspireerd op een oud indiaans gezegde

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *