Superhelden liegen niet

De eerste vuistslag suist langs zijn oor als hij net op tijd weet weg te duiken. De meute heeft een kring om hen gevormd en roept zijn naam terwijl hij de jongen op volle kracht op de grond weet te drukken. Ze rollen even over de tegels van het schoolplein voor Benjamin ontsnapt is uit zijn greep en zijn hand weet te knijpen om de jongen zijn nek terwijl hij tegelijkertijd zijn rechterarm heft. Hij ziet hoe de jongen zich met man en macht probeert te bevrijden, maar voordat die kans zich voordoet plant Benjamin zijn vuist op het gezicht. Omhoogheffen, nog een keer. En nog een keer. Er vormt zich een snee in zijn wenkbrauw en bij de vierde klap spat het bloed op de mouw van Benjamin’s jas. Voor hij zijn arm weer omhoog wil heffen voelt hij een sterke hand in zijn nek drukken die hem in een ruk op zijn benen zet. De twee strenge ogen kijken hem doordringend aan en duwen hem in de richting van de schoolhal. Het is niet de eerste keer dat hij op het kantoor van de directeur mag komen voor een opstootje en vaak kwam het verhaal altijd op hetzelfde neer.

‘’Waarom denk jij in hemelsnaam dat je zomaar klasgenoten in elkaar mag slaan?’’, vraagt de directeur.

‘’Het was niet zomaar…’’

‘’Niet zomaar, wat?’’.

‘’Het was niet zomaar, meneer’’. Zijn ogen zijn naar de vloer gericht terwijl hij zijn benen heen en weer wipt en wacht een moment met praten tot hij de moed verzameld heeft om een gunst te vragen.

‘’Wilt u alstublieft mijn moeder niet bellen?’’

De directeur schudt zijn hoofd en slaakt een zucht. Ergens heeft hij sympathie voor Benjamin’s situatie ondanks zijn principiële afkeer tegen geweld. Wat de knul mist in zijn sociale contact maakt hij goed met zijn cijfers. Volgend jaar gaat hij naar de middelbare school en soms maakt hij zich zorgen over hem.

’’Je moet begrijpen dat je niet alles met je handen mag oplossen, ook niet wanneer je je er toe gedreven voelt. Beloof me dat je de volgende keer naar de meester stapt als er iets gebeurt, dit moet afgelopen zijn. Beloof het of ik bel nu je moeder op’’.

‘’Ik beloof het’’.

Hij is gewend geraakt aan de manier waarop zijn klasgenoten naar hem kijken of over hem grappen en daardoor de verschillen tussen hem en de rest steeds weer benadrukken. Hoewel hij niet altijd begrijpt waarom, is hij gaan accepteren dat het zo is, maar accepteren betekent niet dat hij er niks aan zal doen.

Al sinds klein is Benjamin samen met zijn moeder. Zijn vader is overleden voor zijn geboorte al zegt hij de foto in de huiskamer nog altijd gedag zodra hij thuiskomt. Als zijn moeder dan vraagt naar zijn schaafwond of blauwe plekken dan is dat met voetballen gebeurd. Hij is de man in huis en mannen lossen zelf hun problemen op. Bovendien hoort hij haar ’s avonds wel eens huilen als hij de slaap niet weet te vatten en beseft hij dat ze meer zaken aan haar hoofd heeft dan weer een verhaal over die sukkels. In zijn kamer heeft hij posters hangen van muzikanten en acteurs en als hij er naar kijkt stelt hij zichzelf voor dat hij een wereldberoemd acteur is en dan het liefst in een film waarbij hij de superheld is. Dan zou hij de wereld redden van boeven en opkomen voor de zwakkeren. Of hij zou spelen in een rockband die de hele wereld overgaat en alle meisjes zouden dan brieven aan hem schrijven met hartjes en lippenstift erop. Maar het allerbelangrijkste was dat hij zijn moeder dan kan helpen zodat ze nooit meer hoeft te werken en hij een huis voor haar kan kopen, en misschien zelfs als hij hard genoeg gewerkt heeft, wordt het een kasteel.

Voor hij gaat slapen komt ze hem altijd nog even vragen hoe zijn dag was en belooft hij haar dat hij ooit zo groot zal zijn als de figuren op de posters. Met een lach knikt ze haar hoofd en als hij dan nog een veeg van het eten naast zijn mond heeft zitten, dan likt ze aan haar vinger en veegt ze het weg. Benjamin duwt dan zijn hoofd diep in het kussen en maakt haar voor de zoveelste keer duidelijk dat hij al bijna 12 wordt en ze dat echt niet langer meer kan doen. Maar ze leert het nooit en eigenlijk is hij daar diep van binnen ook wel blij om. Op dat moment is hij zijn klasgenoten en hun gezichten allang weer vergeten en heeft hij het gevoel dat hij de wereld aan kan.

Er komt namelijk ooit een dag dat hij brieven ontvangt met kusjes en hartjes, want dat heeft hij zijn moeder beloofd.

En superhelden liegen niet.

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *