Pardon, weet u waar mijn leven is?

De klok van mijn autodisplay slaat 00:00. Door de voorruit zie ik de volle maan die schijnt alsof iemand de lamp vergeten is uit te zetten. Ik stel me de eigenaar van de maan voor als een dikkige topman van Eneco met een buik dat druk zet op de knopen van zijn dure Italiaanse overhemd. Het raam van mijn auto staat op een kiertje. Hoofd diep in de hoofdsteun. Het scherm van de Spotify player op mijn telefoon licht op. John Mayer zingt mij toe. ‘’I am tempted to keep my car in drive and leave it all behind’’. In de verte zie ik alleen zwart. Een duisternis die af en toe wordt onderbroken door het licht van straatlantaarns. Voor nu is het alleen de maan en ik. Hij kijkt, ik zing. Nachten als deze lijken iets magisch te hebben. Een moment van vrijheid.

Het is inmiddels vier maanden geleden sinds ik terug ben uit die andere wereld. Een wereld waar tijd geen boventoon voerde. Geen verplichtingen, geen verwachtingen. Ik had mijn vrijheid teruggekocht voor een maand. Niet dat het voelt alsof ik altijd gevangen zit maar ik kon mij voor een maand permitteren om te leven zoals ik dacht dat het ook zou kunnen. De chronologische volgorde van het leven was voor een periode doorbroken. Het patroon van geboren worden, leren, werken en sterven gaat dan even niet op. Ik lees de laatste zin hardop en denk: man, wat een opbeurend stukje tekst wordt dit. Ik zie jullie als lezer zijnde al zitten in de metro, auto of op de bank, op zoek naar een fles wodka waar het laatste restje nog van over is. ‘’Wat doe je, het is 08:00?’’. Rustig aan Amy Winehouse, het wordt beter.

Ik stuitte op een artikel over de zogeheten quarter life crisis. Een fase dat leeft bij mensen in hun twintiger- en dertiger jaren. Een soort cocktail van een abrupte nervous breakdown en emotionele flaka, je weet wel, die drugs waardoor mensen door ruiten van auto’s heen springen. Het is het moment dat de wereld zich aan je voorstelt. Met een platte hand. Vol in je gezicht. Met name omdat ons wordt voorgehouden dat alles mogelijk is. De scala aan mogelijkheden worden er echter zoveel dat we niet meer weten waar we voor moeten kiezen. Vanaf dat moment zie je de ijsberg ineens. Een soort Titanic 2.0. Ondertussen zit jij met een inzinking op het toilet van je kantoorpand met in je linkerhand het laatste velletje toiletpapier en onder je rechterarm je ziel.

Oude mannen op bankjes zouden zeggen dat we de verwende generatie zijn. Maar volgens mij verdwalen we gewoon af en toe in ons zelf gecreëerde doolhof. Een doolhof dat ons zo gefocust maakt op de bestemming dat we dreigen de reis te missen. Af en toe is het goed om even uit jezelf te treden en te kijken naar waar je nu staat. Een moment van reflectie. Maar blijf er niet in hangen. Lance Armstrong zei ooit: ‘’Pijn is tijdelijk. Het kan een minuut, een uur, een dag, of zelfs een jaar duren, maar uiteindelijk zal het voorbij gaan. Maar als ik besluit op te geven, is dat voor altijd’’.

Ik parkeer de auto. Als ik opkijk zie ik twee vogels vliegen. Ze singelen om elkaar heen en bewegen zich moeiteloos door de windlagen. Ik vraag mij af waarom zij altijd blijven op dezelfde plek blijven terwijl zij kunnen vliegen naar waar zij maar willen.

En dan stel ik mezelf dezelfde vraag.

Vlieg.

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *