Hartenpleisters

Haar ogen zeiden meer dan haar ziel wilde vertellen. Dat gevoel gaf ze hem. Het soort gevoel dat een man krijgt wanneer zijn vrouw zegt dat er niets aan de hand is. Er is altijd iets aan de hand wanneer een vrouw zegt dat er niets aan de hand is. Dat is een regel uit een handboek waarvan hij steeds meer overtuigd raakt dat een geheime vrouwenorganisatie die ooit samengesteld heeft. Net zoals dat hij denk dat de CIA, AIVD en KGB zijn opgezet door vrouwen. Dat moet wel. Er is geen spion beter dan een vrouwelijke spion. Buiten het feit dat zij altijd onthouden wat er 4 jaar geleden op een regenachtige herfstdag is gezegd om 19:39, kunnen zij de diepste geheimen begraven in de moordkuil van hun hart. Maar zij niet. Niet vandaag. Hoewel het grimas op haar gezicht wil verbloemen hoe vaak zij haar kuil heeft moeten verdiepen heeft haar schep het beton geraakt. Hij zag het aan haar. En zij zag dat hij het zag.

‘’Waarom kijk je zo naar me?’’ vraagt ze. Haar wenkbrauwen trekken verbaasd omhoog maar haar ogen verraden de gespeelde onschuld. De glinstering was verdwenen. Het vuur was gaan doven. Ze slaat het deken van haar af en duwt haar hoofd diep in het kussen.

‘’Ik zie dat je ziel bloedt’’ zegt hij.

‘’Zielen bloeden niet. Harten bloeden. En die van mij is al een lange tijd uitgebloed’’ snauwt ze terug.

‘’Ik zou willen dat er pleisters waren voor harten’’.

‘’Wat moet je nou weer met een pleister?’’.

‘’Het bloeden stelpen. Net zolang tot je wond een litteken wordt’’.

Haar ogen wenden af naar het plafond. Ze trekt het deken tot net onder haar ogen. Hij heeft zijn arm om haar heengeslagen. Ze voelt zijn spieren zich steeds strakker aanspannen alsof hij merkt dat ze aan het ontsnappen is. Niet van hem, maar van zichzelf. Het is niet lang geleden dat ze hem ontmoet heeft. Beiden wisten ze dat het geen langdurige relatie zou worden. Het verschil was te groot. Zij geloofde heilig in de liefde, van hem maakte het een atheïst. Maar zijn armen hadden haar gevangen in een vrije val richting de afgrond en daarom ging ze met hem mee. Hij is haar redder. Al is het slechts voor een avond. Ze gluurt naar hem. Hij lijkt diep in gedachten.

Hoe kan ze van hem verwachten dat hij precies begrijpt wat ze voelt? Zijn ogen turen het raam uit. Het was nooit de bedoeling om in deze situatie te belanden. Maar wat moest hij anders? Vanaf het moment dat hij haar zag wist hij dat ze aan het verdrinken was. En man, wat is ze mooi. Ze is het type meisje dat hij zou trouwen als nog geloofde in de liefde. Haar lange bruine haar raakte haar onderrug. Maar haar ogen. Haar lichtblauwe ogen lieten hem besluiten dat hij niet anders kon dan mee te vechten met haar. Samen. Samen zouden ze haar redden. Maar voor elke stap dat hem dichterbij leek te brengen, zette zij er vijf terug. En nu stond hij alleen in haar duisternis. In de hoop dat ze hem de hand toe zou reiken. Hij moet iets zeggen tegen haar. Er moet iets zijn wat hij kan zeggen.

‘’Ik wil dat je me kust’’ zegt ze hem fluisterend. Zijn ogen veranderen van ernstig naar verbaasd. Hij draait langzaam zijn hoofd naar haar. Heeft ze hem gehoord?

’’Weet je zeker dat dat is wat je wil?’’.

‘’Net zo min als dat ik weet of we elkaar hierna ooit nog zullen zien’’.
‘’Waarom zou je door iemand gekust willen worden die je mogelijk nooit meer ziet?’’
‘’Omdat jij op dit moment het pleister bent voor mijn hart’’, zegt ze teder ‘’die mijn wond slechts nog een litteken maakt’’.

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *