Later als ik klein ben

De warme augustus zon dringt zijn weg door het raam mijn kamer in en landt zijn straal op de foto in mijn hand. Met een glimlach kijk ik naar mezelf op zesjarige leeftijd. In mijn zwembroek houd ik met mijn linkerhand een fles water omhoog terwijl mijn rechterhand een peace-teken vormt. Als James Brown nog had geleefd had hij gezegd dat hij de ‘’soul’’ in me had gezien. Althans, dat wil ik graag geloven. Mijn belangrijkste levensvragen zullen waarschijnlijk ergens gelegen hebben tussen hoe word ik een Power Ranger en mag ik een ijsje? Het werd vaak het laatste maar op een dag zou ik het rode kostuum dragen; ik wist het zeker. Verliefd zijn heette verkering. Mijn eerste vlam in groep 2 leerde mij dat je je veters ook met twee lussen kon strikken en ik geloofde haar. Tot op heden heb ik nooit anders gedaan. Man van principe. Althans, dat wil ik graag geloven.

Soms verlang ik terug naar de wereld van toen. Een wereld waarbij de schoorstenen wolken maakten en dieren konden praten. Toen mijn klasgenootje zijn krijtjes nog opat en mij met heilige overtuiging vertelde dat hij regenbogen kon poepen. ‘’Dat zegt mijn broer altijd’’ brabbelde hij met een intense blik terwijl het volgende krijtje een kunstwerk van zijn tanden maakte. Het was een eeuwig leven met een ongeremde fantasie. Geen Facebook status updates of levens met filters. Je was de man als alle drie de meisjes waar je verliefd op was iets in in je vriendenboekje hadden geschreven. Ja, ik was verliefd op drie meisjes. So what? In groep 2 mag alles.

Maar langzaamaan verleer je de taal van de dieren en gaat het kostuum van je superheld te strak zitten. School, werk en ouders vertellen je nadrukkelijk dat je de wereld serieus moet nemen en zo wordt je plotseling voorgesteld aan ‘’ de realiteit’’. Door de jaren heen wordt je verteld dat het tijd is om volwassen te worden en je verantwoordelijkheid te nemen. Ik heb hem nooit gemogen, realiteit. Niet dat ik spontaan trek krijg in krijtjes of de laatste woorden van mijn gesprekspartner wil napraten op een zeer irritante toon. ‘’Jezus, hoe oud ben je nou?’’. Nee, misschien heb ik gewoon nooit echt begrepen wat men bedoelt wanneer zij spreken over realiteit. Was een vliegtuig realistisch voordat de gebroeders Wright met een constructie aankwamen? Elektriciteit? Patty Brard?

Volgens mij is het oké om het kind in jezelf niet te vergeten. Ik durf zelfs te stellen dat de grootste ontdekkingen zijn gedaan door visionairs die simpelweg weigerden te geloven in realiteit. In wat zij al kenden. Zij kijken verder dan de wereld hen wil laten zien en zijn niet bang voor schoorstenen die wolken maken. Want mensen zoals een Steve Jobs die laten school, werk of ouders niet vertellen dat zij de wereld serieus moeten nemen. Wie zijn zij?

Want Steve at krijtjes zodat hij regenbogen kon poepen.

Althans, dat wil ik graag geloven.

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *