Ongeschreven pagina’s

Ik schrik wakker van lachende mensen in het trappenhuis die mij met elke stap de traptreden mee laten tellen. Ondanks de gordijnen verlicht de zon mijn slaapkamer en voel ik mijn hoofd bonzen als ik een poging waag het bed uit te stappen. Ik word er aan herinnerd dat opstaan steeds een avontuur blijkt als ik ternauwernood mijn balans weet te houden nadat ik verstrikt raak in mijn broek die ik vakkundig geplant heb naast mijn bed voor ik ging slapen. In de gang ligt een lege fles whisky tegen de muur gerold. De schrijver in mij grijnst trots terwijl mijn verstand tegen me schreeuwt; een relatie die Facebook ongetwijfeld zou bestempelen als ingewikkeld. In de badkamer staar ik naar mijn spiegelbeeld die na avonden zoals deze steevast nee-schuddend terugkijkt. Ik lach en draai de doucheknop open.
Er zijn weinig momenten die mij intenser gelukkig laten voelen dan het warme water dat mijn huid doet smelten na troebele avonden. Tenminste, op koffie na. Ik kan smachten naar koffie zoals de blondine smacht naar haar gladde Spaans-talige lover in te misselijkmakende chick flicks, als de perzikhuid van een puberjongen naar Clearasil of zoals Patricia Paay naar… goed, moge de intensiteit duidelijk zijn. Ik loop de gang in en trek mijn mantel aan; de geur van zoete parfum en tabak staat nog gebrand in de kraag. Met een zonnebril op en laptop in de hand zweef ik door het trappenhuis de deur van het portiek uit richting mijn heilige graal: het koffiehuis.

Een aroma van verbrande koffiebonen schiet mijn neus in als ik de deur open. Mensen zijn druk in gesprek met elkaar, een enkeling leest de krant. De vrouw achter de vitrine draait zich om en knipoogt naar me als ik wandel naar mijn vaste tafel bij het raam. Ik kan er hele dagen spenderen door te kijken naar voorbij passerende mensen en probeer dan voor te stellen wat voor persoon het is en wat hun verhaal moet zijn. Gefrustreerde ouders rennen hun kinderen achterna, ouderen waggelen arm in arm de straat door en jonge stelletjes lopen verliefd voorbij. Het doet me beseffen dat een ieder van hen dromen heeft of heeft gehad.

‘’En wat mag het zijn voor de schrijver?’’. Ik draai me om en kijk op. Ze heeft haar haar opgestoken en een brede glimlach op het gezicht waardoor haar ogen klein worden.
‘’Hoe… hoe weet jij dat ik schrijf?’’
‘’Het is niet bepaald de eerste keer dat ik je hier zie zitten met je laptop en je boeken. Dus of je houdt enorm van koffie of je schrijft’’
‘’Beiden kloppen, ik ben alleen beter met koffie’’
Ze lacht.
‘’Ik wil graag een latte machiatto met…’’
‘’…een vleugje caramel?’’, onderbreekt ze me.
‘’Ik kom hier echt te vaak hé?’’
Ze gniffelt en loopt terug naar de vitrine.

Naast mij zit een oma met haar kleinkind. Ze praten over de resultaten op school en hoe trots ze op hem is. Het jongetje is druk in de weer met zijn iPad terwijl zijn oma vertelt over hoe anders haar jeugd was. Ik hoor haar vertellen over de tijd van Opoe’s en schorten en hoe zij uitkeek naar brieven van vrienden en over dorpen die toentertijd slechts bestonden uit boerderijen en molens. Ze vertelt hoe ze zijn opa had leren kennen en vraagt haar kleinzoon of hij al verkering heeft. De jongen trekt een vies gezicht. Ik moet lachen in mezelf en bedenk me hoe het moet zijn als ik ooit aan de andere kant van die tafel zit, vertellend over hoe anders mijn tijd was. Toen ik zestien was probeerde ik mij altijd voor te stellen hoe ik eruit zou zien en wie ik zou zijn als ik dertig ben en ook nu ben ik benieuwd over hoe het er met me voor staat als ik veertig ben. Zal ik gelukkig zijn met het leven dat ik leid en heb ik de vrienden nog die ik sinds die tijd altijd heb gezien als familie? Of belangrijker; struikel ik nog over broeken in de ochtend en rollen er whiskyflessen tegen de muur? Het besef dat de tijd nooit stilstaat is soms beangstigend, maar tegelijkertijd hangt er een romance om een toekomst heen. Het is een schilderij dat nog niet is ingekleurd of een boek dat nog niet is uitgelezen. Er komen momenten met mensen die ik nu nog niet heb ontmoet en ik zal komen op plekken waar ik nu nog niet ben geweest en alleen het onbekende zal toewijzen of mijn terugblik zal eindigen in gelach of melancholiek.

Een droom over een toekomst is voor een ieder verschillend en dat is wat een toekomst zo mooi maakt. En hoewel het frustrerend is dat ik nooit zeker weet of die toekomst zo zal zijn zoals ik die voor ogen heb maakt het idee ervan mij benieuwd. Stap voor stap ontdek ik met de dag wat de toekomst voor mij in petto heeft en weet ik dat het oké is om er de tijd voor te nemen zolang dat de stap die je neemt een stap vooruit is. Of zoals mijn trainer in de sportschool zou zeggen: ‘’blijf bewegen, je bent toch geen mietje!’’. Dat helpt an sich ook wel.

Ik zie de oma even een moment kijken naar haar kleinzoon voor ze opstaat om af te rekenen. Het jongetje zit nog altijd druk te spelen met zijn iPad. Ik strek mezelf uit en doe het scherm van mijn laptop omhoog. De grote witte letters van mijn laatst bezochte pagina staan in blokletters over mijn scherm verspreid.

‘Weet je waar de rijkste plek op aarde is? Op de begraafplaats. Daar liggen de uitvindingen die nooit zijn uitgevonden, liedjes die nooit zijn gezongen, verhalen die nooit zijn geschreven en liefde dat nooit is geuit. Wees niet bang, volg je droom’.

En dan raken mijn vingers het toetsenbord.

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *