Te gast bij de duivel

Het is alsof ik in een wereld ben gestapt die je alleen ziet in films. Waar oude donkere mannen over zingen in bars waar de ruimte zich vult met smeulende sigaren en de geur van dure whisky’s. In een stad die nooit slaapt wordt er nog altijd gedroomd. Vanaf het moment dat ik de lobby van het hotel binnen wandel ziet ze me staan. Zodra je haar ziet laat ze je niet meer los. Langzaam loopt ze naar me toe met heupen die me hypnotiseren en mijn hart met elke stap sneller laat kloppen. De blik in haar ogen heeft mij vanaf het eerste moment in haar greep en ik ruik de parfum die ik in jaren niet meer geroken heb. Als ze voor me staat kijken we elkaar alleen aan tot haar mond zich krult in een glimlach en ze haar boezem stevig tegen mijn lichaam drukt. Haar rood gestifte lippen brengt ze naar mijn oor.
’’Welkom terug, ik heb je gemist’’, fluistert ze.
‘’Ik jou ook’’, zeg ik haar.
Vanaf dat moment heeft ze mijn hart weer in haar handen.

De lichten van de immense stad schijnen het busje binnen zodra ik binnen kom rijden. Het is niet voor te stellen dat het jaren geleden slechts een woestijn was voor de tijd dat de maffiosi haar maakten tot de wereld die zij nu is. De grote neon letters reflecteren op de autoruiten en schijnen licht in de duisternis van wat lijkt op een oneindige nacht. De straten worden druk bewandeld door gelukszoekers. In slecht belichte stegen liggen zij die de keerzijde van de medaille te vaak hebben gezien. Geluk en verlies zwalken hand in hand over de brede trottoirs. In de verte ontstijgt er een replica van de Eiffeltoren. Even verder schiet er water uit de fonteinen van het Bellagio die toe worden gezongen door een onsterfelijke Elvis Presley. Zijn lichaam is heen gegaan, maar zijn ziel is hier nog altijd voelbaar. Overal waar ik kijk zijn er mensen op straat bezig om geld te verdienen. Er staan jukeboxes met microfoons en ik hoor in de verte een saxofoon spelen. Anderen liggen met blikken bier op straat met voor hen kartonnen bordjes waarop teksten geschreven staan als ‘Too ugly to prostitute, please give me a dollar’ en ‘need money for weed’. De stad kent nu eenmaal vele gezichten waar van niet elke even mooi is opgemaakt.

Het gerinkel van de automaten klinkt als een gedirigeerd orkest op het moment dat ik het casino binnenloop. Lachende vrouwen gooien dobbelstenen op tafels en juichen, terwijl croupiers grote stapels fiches hun kant op schuiven. Aan andere tafels kijken mannen teneergeslagen naar de kleurrijke vloerbedekking, hun ogen stijf dichtgeknepen. We zijn allen te gast in een huis waar iedereen welkom is, maar uiteindelijk altijd verliest. Het geluid van klinkende glazen vult de ruimte iedere keer wanneer er gejuicht wordt. Ik kijk om me heen en zie verschillende gezichten met allen eenzelfde blik; de droom om ooit het bedrag te winnen die hen zal verlossen van de handboeien die het leven hen heeft omgedaan. Het is alsof ze leven in een fata morgana. Mannen in veel te dure pakken worden vergezeld door schaars geklede vrouwen die exact weten wanneer zij moeten lachen. Ze leggen hun handen op zijn rug en blazen op dobbelstenen voor geluk. Ik schud mijn hoofd en bedenk me dat in de stad van de duivel alles te koop is, zelfs de ziel.

Op het moment dat ik dit schrijf zit ik aan een tafel in mijn hotelkamer met het uitzicht op de nooit slapende stad. Als ik naar beneden kijk voel ik me zoals koningen zich voelen als zij kijken over hun koninkrijk. Het heeft een aantrekkingskracht die men niet zomaar kan negeren en dat maakt het gevaarlijk voor velen, maar verdomme wat is het heerlijk.
Er wordt op de deur geklopt. Verwacht ik iemand? Ik wacht op het moment dat de persoon aan de andere kant beseft dat het voor de verkeerde deur staat. Drank vloeit hier rijkelijk en dat maakt een hotelkamer zoeken lijken op een variant van Cluedo. Weer hoor ik geklop op de deur en ik besluit om te kijken wie het is. Ik druk de klink van de deur omlaag en dan staat ze daar. Het vuur brandt in haar ogen en in haar hand houdt ze een fles champagne vast. Ik probeer mezelf te behoeden door haar vriendelijke gebaar af te wijzen, maar we weten beiden dat ik nooit van haar zou winnen. Ze loopt langs mij de hotelkamer in en kust mij in m’n nek. Mijn ogen sluiten en met een zachte duw tegen de deur zie ik de lichten op de gang verdwijnen.

Las Vegas is een droomvrouw en vanavond ben ik haar minnaar.

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *