Droomvlucht

Het is fris langs de zijlijn van het voetbalveld. Kleine lichamen dragen te grote shirts waar veelvuldig aan gehangen wordt zoals zij hun helden zien doen op de televisie. Als de bal gepareerd wordt en over het hek vliegt, loopt Iwan de struiken in om het te pakken en terug te gooien in de handen van de keeper. De jongen vangt de bal en steekt zijn hand naar hem op voor hij zich omdraait en leven terug het veld in schiet. Iwan kijkt naar de jongen en lacht. Hij voelt de ogen van de ouders naar hem staren en ziet ze fluisteren met elkaar. De wind waait door het gat van zijn overall dat besmeurd is met het opgedroogde verf van zijn laatste klus. Het kan hem niet schelen wat ze van hem vinden, de zaterdagmiddag is heilig. Het is het enige wat hem terugbrengt naar de goede herinneringen. Naar de warmte in zijn veel te koude wereld.

Dertig jaar geleden werd hij geboren in Lodz, een arme stad in Polen waar dromen alleen tot leven kwamen in de posters aan de muur. Het heeft willen herstellen van de Tweede Wereldoorlog, wat een lange tijd leek te lukken toen het floreerde in de handel van textiel, maar de tijd heeft littekens opengereten en alles wat overbleef was als een diepe kras op een kleurloos schilderij. Iwan groeide op in een weeshuis dat gerund werd door een tiran die zijn geluk probeerde terug te vinden in goedkope flessen wodka en het mishandelen van hem en zijn medegevangenen. Nadat hij gepakt werd tijdens zijn eerste ontsnappingspoging heeft hij Iwan vastgeketend en met een mes diep in zijn gezicht gesneden. Het zorgde voor een litteken dat de helft van zijn gezicht bedekt heeft en leverde hem zijn bijnaam Blizna op, dat ’het litteken’ betekent. De kamer waar hij in sliep werd enkel gevuld met een stapelbed die hij deelde met Igor, een jongen uit Wit-Rusland, die evenals hij als wees geboren was zonder enkel besef wie zijn ouders waren. Igor verschilde qua uiterlijk in alle opzichten van de tengere Iwan. Hij was groot en pezig met een ingevallen gezicht en een plat achterhoofd alsof zijn schedel tijdens de geboorte nooit was afgemaakt. Het enige wat zij deelden was hun liefde voor voetbal. Hoewel het verboden was om bezit te hebben, smokkelde Igor voetbalbladen naar hun kamer die hij verstopte in het matras. Als de lichten doofden stonden ze bij het raam en lichtte de maan hun voetbalsterren op. Dan deden ze alsof het publiek hun naam scandeerde elke keer wanneer ze het veld betraden. Het gaf hoop in een uitzichtloze situatie. Een aantal maanden later kregen zij de kans om een nieuwe ontsnappingspoging te wagen toen de tiran was vergeten het tralies bij de voordeur op slot te doen. Op hun tenen liepen ze over de koude vloer van de lange gang en vluchtten door de deur die hen zo lang gevangen wist te houden. Het was in diezelfde koude nacht dat ze elkaar beloofden dat zij eerder de dood zouden vinden, dan weder te keren naar die hel. Ze waren inmiddels uitgegroeid tot jongens van zestien, maar nog altijd hoorden zij hun naam gezongen worden uit de kelen van duizenden.

Samen hebben ze geslapen in goederenwagons die hen de grens overbrachten naar Duitsland en zwierven ze in de jaren daaropvolgend door Europa in de hoop dat geluk ook hen een keer zou treffen. Ze werkten zwart als afwassers of liepen door druk verkeer om autoramen schoon te maken, maar tevergeefs wees iedere toekomst hen de deur. Het was pas in Zweden toen ze voor het eerst een inbraak pleegden bij een villa in Gothenburg. Iwan ontdekte een wijnkelder en samen hebben ze lachend uit een fles gedronken voordat minuten later het huis omsingeld was door zwaailichten en ze ternauwernood ontsnapten uit handen van de politie. Ze vluchtten naar de haven en slopen een boot op die hen uiteindelijk liet belandden in Rotterdam. Het geluk lijkt eindelijk aan hun kant wanneer ze stuitten op een leegstaand pand in een buitenwijk waar ze besluiten in te trekken. Ze stalen kleding uit winkels en eten uit supermarkten totdat Iwan tijdens hun zoveelste vluchtpoging botste tegen een winkelkar en uitgleed. Toen hij opkeek zag hij alleen de schoenzolen van Igor in de verte. Hij wilde opstaan en op datzelfde moment drukken sterke armen hem tegen de grond. Niet veel later werd hij afgevoerd in een politiewagen en in een cel gestopt. Maar hij was een hel gewend en sinds een lange tijd had hij een warm onderkomen waar hij eten en drinken kreeg. Hij bietste sigaretten bij medegevangenen op de binnenplaats waar hij de avonturen van zijn reis vertelde. Na een week begreep ook de politie dat het duurder was om hem vast te houden dan vrij te laten en binnen een week stond hij er weer alleen voor.

De ochtenddauw hing nog als een gordijn in de lucht toen Iwan onderweg was van het politiebureau naar het kraakpand. Slenterend trapte hij tegen een leeg blikje bier en schopte het een aantal meter vooruit. Pas toen hij een aanloop wilde nemen om het blikje de sloot in te trappen hoorde hij het. Het geluid van handen die klapten en gejuich. Hij stak de weg over en liep over het fietspad tot hij het geluid dichterbij hoorde komen. Er stonden lange rijen auto’s geparkeerd. Voorzichtig keek hij om zich heen of niemand hem zag en stapte tussen de hoog gelegen struiken. Van een afstand zag hij hoe jongens slalommen maakten zoals hij dat ooit zag in de voetbalbladen die Igor voor hen naar binnen smokkelde. Mensen aan de lijn stonden met drinken in hun hand te kijken naar hoe de jongens de bal over en weer trapten. Voor een moment vergat hij wie hij was en dacht hij terug aan zijn droom.

En als hij heel goed luisterde, hoorde hij zijn naam.

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *