Dagboek van een troubadour #2

De bas van de muziek dreunt door in mijn lichaam terwijl ik een laatste slok neem uit het glas. Langzaam brandt de whisky in mijn keel en zorgt voor een tinteling alsof het met een omhelzing wil laten weten hoezeer het mij gemist heeft. Om mij heen staan mensen druk in gesprek en het fascineert mij als ik bedenk wat ze tegen elkaar zeggen. Er valt zoveel op te maken uit de gebaren die men maakt of de gezichtsuitdrukkingen. Een lach, een omhelzing, een kus. Ik weet niet of ik er meer op let sinds ik schrijf, maar het idee dat iedereen een verhaal heeft interesseert me. Ik bedenk dan ook graag wat voor verhaal dat is. Vaker dan eens verdwaal ik dan in gedachten en kom ik er pas uit wanneer iemand weer tegen me praat. Of als het vriendje zich af gaat vragen waarom ik zo lang naar haar aan het kijken ben. Om dan te verantwoorden aan hem dat zij mij een apart verhaal lijkt is in mijn ervaring nooit ten goede gekomen van de situatie. Een waarheid is immers niet altijd mooi en daarom wil men alleen een waarheid horen die het mooi vindt.

De pracht van een verhaal ligt in de onsterfelijkheid van onuitwisbare woorden en het gevoel dat het teweeg brengt bij een ander. Het is de reden dat ik in gesprekken met mensen altijd meer vraag dan of alles goed met ze is. Dat is een emotie die ik kan zien of voelen wanneer ik de persoon zie, maar juist dat wat achter het masker schuilt geeft vorm. Ze beseffen zelf niet dat hun beleving net zoveel kunst in zich heeft als de schilderijen die aan muren hangen van te dure hotels. In eerste opzicht lijk je dan niet te begrijpen wat het beeld met je doet totdat je doorkrijgt dat het een interpretatie van de waarnemer is. Zodra je zelf mag bedenken wat het beeld moet betekenen dan gaat het leven. En alles wat leeft doet er toe.

Het is raar om te bedenken dat een leven tijdelijk is. Dat er woorden zullen zijn die je nooit zal uitspreken of mensen die je nooit zal ontmoeten. Sommige paden zullen gewoonweg geen voetstappen vinden. Ik wil geloven dat het daarom is dat je mensen nooit zomaar ontmoet. In een wereld die zo immens groot is weten we nog altijd anderen te vinden die gelijkgestemd zijn. Die we de hand schudden en op dat moment besluiten binnen te laten. Omdat ze het waard zijn. Omdat wij willen dat zij onderdeel zijn van het verhaal die we schrijven. Omdat we ze nodig hebben op dat moment. En of ze nu zullen leiden tot vlinders of littekens, uiteindelijk laten ze ons leven.

Ooit wil ik dit lezen wanneer ik oud ben. Wanneer ik met een grijns op mijn gezicht teruglees hoe ik heb geleefd. Niet de bedragen die ik heb verdiend en ook niet de auto’s die ik heb gereden. Ik wil kunnen teruglezen dat ik begrepen heb hoe mijn leven uitstond om geleefd te worden. Ik wil terugkijken naar foto’s en het gevoel herleven die op dat moment door mijn lijf raasde. Ik wil de oude man zijn die met zijn geruite baret tegen kinderen zegt hoe het in mijn tijd ging. Ik wil dat als de Dood op een dag naast mijn bed staat, hij me een high-five geeft en zegt:

‘’Verdomme wat een rit, maar man wat heb je geleefd’’.

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *