Wanneer de zon bloedt #1

Ik weet niet hoelang ik het nog volhoud hier. De spieren in mijn rug worden met de dag stijver door het harde matras en de geur van goedkoop schoonmaakmiddel maakt me misselijk. In het begin wilde het nog wel eens helpen om het shirt over mijn neus te trekken, maar uiteindelijk zou het niks meer uitmaken. Schuin tegenover het bed staat een metalen pot in de muur gedrukt. Er ligt een stapel magazines naast met naakte vrouwen op de cover. Mijn hoofd heeft de arm waarop ik lig gevoelloos gemaakt. Elke dag staar ik naar het perfect gewitte plafond en bedenk me er foto’s op alsof mijn ogen de projector zijn en het plafond de beamer. Hand in hand loop ik daar met haar door de duinen richting het verlaten strand en zie nog voor me hoe ze vertelt over het lot van een ondergaande zon. Dan vraagt ze of ik weet waarom de lucht rood kleurt wanneer de zon ondergaat. Ik zou schudden met mijn hoofd van onwetendheid voordat haar manier van vertellen mijn hart zou stelen.

‘’Elke avond,’’ zo zegt ze terwijl ze zorgvuldig pauzeert voor haar zin een gevolg krijgt, ‘’strijden de zon en de maan om een plek tussen alle sterren. En hoewel de zon weet dat het altijd plaats zal moeten maken voor de maan, probeert het net zo lang te schijnen tot het licht in hem gedoofd wordt. Dat is waarom de lucht rood gloeit vlak voor een zon verdwijnt.’’
Er valt een stilte. Haar ogen turen de horizon in en verdomme wat is ze mooi. Ik voel dat ik haar wil vragen wat ze bedoelt, maar het beeld dat ik heb als ik naar haar kijk lijkt alsof de natuur in haar puurste vorm wil dat ik even niks zeg en gewoon observeer. Alsof het me wil waarschuwen dit beeld te koesteren omdat ik later alleen nog zou kijken naar een wit plafond. Ik zou dit moment voor altijd bij me houden en naar verlangen in tijden van eenzaamheid. Als ze een seconde later knippert met haar ogen heb ik de moed bij elkaar verzameld om haar duidelijkheid te vragen.
‘’Waarom kleurt de lucht dan rood?’’, vraag ik haar voorzichtig.
‘’Omdat de zon bloedt voor elke seconde dat het langer kan blijven schijnen’’
Dan kijkt ze me aan en geeft me een kus voor haar ogen zich afwenden en opnieuw richten tot de gewonde ster.

Het beeld op het plafond vervaagt elke keer wanneer ik mijn ogen knipper. Ik heb mijn ogen ooit net zo lang open gehouden tot de tranen over mijn wangen stroomden. Zoveel had ik er voor over om nog even met haar te kunnen zijn. Ik wend mijn ogen af naar de tralies en zie dat de zon zich klaar maakt om onder te gaan. De laatste stralen richten zich op de muur waarop ik mijn dagen tot nu toe heb geturfd. Morgen mag ik een laatste turf krijten voor ik kan beginnen aan een nieuwe. Ik hijs mezelf omhoog en zet mijn voeten op de koude vloer. Er wordt gebonkt op de deur en kort erna opent zich een luik. Twee bloeddoorlopen ogen kijken me streng aan.
‘’Draai je om met je handen op je rug en loop richting de deur,’’ beveelt een zware stem.
De heesheid in zijn stem verraad het aantal jaar dat hij rookt. Iedere keer voor hij een zin begint schraapt hij zijn keel en hoest hij het slijm op en slikt het vervolgens weer door. Zware shag, denk ik.
Ik doe wat mij opgedragen wordt en als ik met mijn rug tegen de deur sta hoor ik dat er zich nog een luik opent. Er wordt een potje in mijn handen gedrukt.
‘’Terug naar je bed en innemen en denk er om dat je je tong laat zien als je klaar bent. Alles moet naar binnen, begrepen?’’
Ik schuifel voet voor voet terug naar het bed en open het potje. Er zitten twee rode pillen in.
‘’Heb je een glas water?’’ vraag ik terwijl ik het antwoord kan raden.
‘’Het is hier geen hotel De Vos, opschieten en innemen… nu!’’
Ik slaak een diepe zucht voor ik de pillen inneem. De twee ogen blijven me afwachtend door het luik bekijken.
‘’Verwacht je een show ofzo?’’. Ik kijk hem uitdagend aan en geef een knipoog.
Met een klap vliegt de luik dicht en wordt er een sleutel in het slot geduwd. Er rennen voetstappen over de gang richting de deur. Met een zwaai vliegt het open en voor ik het weet staan er vier mannen bewapend met gummiknuppels in een cirkel om me heen.
‘’Als je geluk heb kan je de groeten doen aan dat mokkel van je, al staat die vast niet te popelen om je te zien. Lafaard die je bent!’’
Ik voel een klap op mijn achterhoofd en zak door mijn knieën. Wanneer de bloeddoorlopen ogen dichtbij genoeg zijn tuf ik een rochel in zijn gezicht.

Het laatste wat ik zie is zijn schoenzool.

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *